• DNASOLUM.NL / DNASOLUM.BE

  • ISO17025

DNA Woordenlijst

Adenine
Adenine is naast cytosine, guanine en thymine één van de vier nucleobasen van DNA. De afkorting voor adenine is A. Adenine gaat altijd een verbinding aan met thymine, afgekort T.

Amelogenine
Amelogenine is een genetische merker, die zich bevindt op het geslachtschromosoom (X of Y). Met deze merker kan aangetoond worden of de donor van het DNA-materiaal van het mannelijke of het vrouwelijke geslacht is.

Ancestry / voorouders
Voorouders geven hun genen door aan volgende generaties en zijn daardoor verwant aan personen die op een later moment in de tijd bestaan. o.a. van toepassing binnen de BioGeografische DNA-analyse.

Antropologie
Antropologie is een studie die zich met de mens bezighoudt op het gebied van biologische, culturele en sociale ontwikkeling.

Allel / Allele
Ieder gen kan in verschillende varianten voorkomen. Iedere variant wordt een allel genoemd.

Avuncular
Te maken hebbend met een oom.

Autosomaal
Autosomaal betekent; niet op een geslachtschromosoom gelegen. Een autosoom is dan ook een chromosoom, dat geen geslachtschromosoom is. Autosomale eigenschappen, dus eigenschappen die niets met geslacht van doen hebben, liggen op de autosomen.

Base / Basenpaar (Nucleotide)
Ons erfelijk materiaal, bekend onder de afkorting DNA, bestaat uit een lange dubbele keten basenparen. Het ziet eruit als een dubbele helix of gedraaide ladder. De basenparen zijn opgebouwd uit twee nucleotiden. De onderdelen van de nucleotiden, die de basenparen vormen, heten de basen. De basen zijn de bouwstenen van ons DNA. Er zijn vier soorten basen, te weten: adenine, thymine, cytosine en guanine.

Chromosoom
Een chromosoom is een lange dunne, dubbele streng die bestaat uit de stof chromatine, een combinatie van DNA met een aantal essentiële eiwitten. Chromosomen zijn de dragers van ons erfelijk materiaal en zijn te vinden in de celkern. Chromosomen bevatten alle genetische informatie die essentieel is voor de ontwikkeling, instandhouding en voortplanting van een individu.

Chromosomenpaar
Ieder chromosoom komt in de celkern 2 keer voor. De ene is geërfd van de vader en de andere van de moeder. In totaal hebben menselijke cellen 23 chromosomenparen.

Contaminatie
Met contaminatie van een DNA-staal wordt bedoeld dat er op een DNA- staal ongewenste DNA-profielen voorkomen. Dit zorgt vandaag de dag echter niet voor grote problemen. Contaminatie wordt, dankzij de moderne technologieën van vandaag, snel en eenvoudig herkend. Bovendien kan men zelfs de mengverhouding van de verschillende DNA-
profielen schatten. Bij contaminatie zal er echter geen DNA-profiel afgeleid worden. Er zal opnieuw kosteloos een DNA-monster worden afgenomen, zodat u altijd verzekerd bent van een correcte analyse.

Cytosine
Cytosine is naast adenine, guanine en thymine één van de vier nucleobasen van DNA. De afkorting voor cytosine is C. Cytosine gaat altijd een verbinding aan met guanine, afgekort G.

Demografie
Statistische bevolkingsleer waarbij aandacht is voor de samenstelling van de bevolking, de bevolkingsdichtheid en bevolkingsspreiding en hoe de bevolking door de jaren heen verandert onder invloed van geboorten, sterfgevallen, migratie en veroudering.

Dubbelstreng DNA
DNA bestaat uit twee lange strengen in de vorm van een dubbele helix, te vergelijken met een verdraaide ladder of een wenteltrap. Boven een bepaalde temperatuur windt deze helix zich af met als gevolg dat de DNA-strengen loskomen.

DNA
DNA is de afkorting voor de chemische stof desoxyribonucleïnezuur, die in de cellen van alle levende wezens voorkomt. DNA bepaalt de structuur en de functie van iedere cel en is de drager van ons erfelijk materiaal.

DNA-Identificatie
DNA-identificatie is een forensische analyse waarbij twee DNA-profielen met elkaar vergeleken worden om te bepalen of ze van dezelfde persoon komen.

DNA-profiel / DNA-vingerafdruk
Een DNA-profiel is een weergave van verschillende DNA-kenmerken van een individu. Het gaat hierbij om een lijst van allelen voor de genetische merkers in een DNA-staal. Een DNA-profiel is net als een vingerafdruk voor ieder mens uniek. Daarom wordt een DNA-profiel ook wel een DNA-vingerafdruk genoemd.

DNA-sporen
DNA-sporen zijn sporen die DNA-materiaal bevatten. Voor een DNA-verwantschapsonderzoek wordt bijvoorbeeld wangslijmvlies gebruikt. Er zijn maar een tiental cellen nodig om de test uit te kunnen voeren. Een ander DNA-spoor is bloed. DNA-sporen kunnen gevonden worden op voorwerpen die in aanraking zijn geweest met lichaamsvocht of lichaamsweefsel, zoals op een tandenborstel, fopspeen of gebruikte zakdoek.

Dominant
De meeste eigenschappen worden bepaald door één genenpaar. Eén van de genen uit dit genenpaar kan dominant zijn en daarmee de invloed van het andere gen, het recessieve gen, onderdrukken.

Dubbele helix
Dubbele helix is een benaming voor een spiraalvormig figuur. DNA ziet eruit als een dubbel helix. DNA bestaat namelijk uit twee lange dunne strengen die verdraaid zijn. De vorm van DNA wordt ook wel vergeleken met een verdraaide ladder of wenteltrap.

Eiwit / Proteïne
Eiwitten of proteïnen zijn biologische moleculen bestaande uit één of meer ketens van aminozuren in een specifieke volgorde. De volgorde wordt vastgesteld door de basensequentie van de nucleotide-eenheden in het gen, die de code vormt van de proteïne. Proteïnen zijn nodig voor de structuur, functie en regulering van de cellen, weefsels en
organen van het lichaam. Iedere proteïne heeft zijn eigen unieke functies.

Fraternaal / Broederlijk
Met betrekking tot broers. Met een DNA-onderzoek is het mogelijk om vast te stellen of twee personen biologisch verwant zijn, bijvoorbeeld of er sprake is van broers en zussen of halfbroers en halfzussen.

Paterniteitstest / Vaderschapstest
Door het vergelijken van de DNA-profielen van twee personen kan men vaststellen of deze twee personen vader en kind zijn. Binnen een paterniteitstest is het DNA-profiel van de moeder is hierbij niet noodzakelijk, maar kan wel de betrouwbaarheid van de test verhogen.

Erfelijkheid
Erfelijkheid ligt opgeslagen in de chromosomen van een individu en bepaalt hoe lichamelijke en geestelijke eigenschappen van generatie op generatie worden doorgegeven.

Gen
Een gen is een onderdeel van het DNA dat de code bevat voor een erfelijke eigenschap. Elk gen, oftewel elke code beschikt over de informatie voor de bouw van één van de vele eiwitten waaruit ons lichaam wordt opgebouwd. Eiwitten zijn essentieel voor het goed functioneren van ons lichaam.

Gen frequentie
De genfrequentie of allelfrequentie geeft aan hoe vaak een bepaald allel voorkomt binnen een populatie.

Genlocus / STR-locus (mv. Genloci / STR-loci)
Dit is de plaats van een gen op een chromosoom.

Genkartering
Het in kaart brengen van de posities van de genen op een DNA molecuul (chromosoom of plasmide) en de afstanden hiertussen.

Genetica
De wetenschappelijke studie naar erfelijkheid en de mogelijke verschillen en overeenkomsten van erfelijke eigenschappen tussen verschillende generaties.

Genoom
Met het genoom verwijst men naar de volledige genetische informatie op de chromosomen van een organisme.

Guanine
Guanine is naast adenine, cytosine en thymine één van de vier nucleobasen van DNA. De afkorting voor guanine is G. Guanine gaat altijd een verbinding aan met cytosine, afgekort C.

Homologe chromosomen
Een celkern beval 46 chromosomen, waarvan de ene helft van de moeder afkomstig is en de andere helft van de vader. Wanneer twee chromosomen eenzelfde genetische structuur hebben, gaan ze samen een paar vormen. We spreken in dit geval dan over homologe chromosomen. Deze chromosomen hebben dezelfde loci en komen overeen in lengte en vorm. Ze bevatten daarbij ook de informatie over dezelfde eigenschappen, bijvoorbeeld oog- of haarkleur.

ISO 17025
Internationale norm, uitgegeven door de Internationale Organisatie voor Standaardisatie, met algemene eisen voor bekwaamheid van beproevings- en kalibratielaboratoria.

Locus (mv. loci)
De specifieke locatie van een gen op een chromosoom.

Paterniteitstest
Een andere benaming voor een DNA-vaderschapstest.

PCR (Polymerase Chain Reaction)
Omdat men meestal maar een klein stukje DNA uit een monster kan isoleren, is het nodig om hier vele kopieën van te maken voor de analyse. Dit gebeurt door middel van PCR, wat staat voor Polymerase Ketting Reactie. Onder invloed van het enzym polymerase wordt het stukje DNA vele malen vermenigvuldigd.

Fysische kaart
Een fysische kaart is een kaart van het menselijk genoom. Hierop worden de locaties van de genen of DNA-merkers aangegeven. De afstand tussen de genen of DNA-merkers wordt gemeten in basenparen.

Polymorfisme
DNA-polymorfismen zijn die delen van het DNA die per persoon verschillen. Door deze verschillen in de DNA-sequentie kan voor ieder individu een uniek DNA-profiel vastgesteld worden.

Profilering
Het verzamelen van informatie over iemand, bijvoorbeeld een crimineel, met als doel om tot een beschrijving van deze persoon te komen.

Sequencing
Sequencing is de naam voor de methode die gebruikt wordt voor het vaststellen van de volgorde van de vier nucleotide basen, adenine, guanine, cytosine en thymine, in een DNA-molecule.

Slabgel
Voorheen gebeurde het scheiden van DNA-fragmenten in een gel. Hiermee werd een lijnenpatroon aan de dag gelegd. De nauwkeurigheid was echter niet zo groot, vanwege de beperkte scherpte en overlap van de lijnen. Tegenwoordig wordt het scheiden uitgevoerd in een Genetic Analyzer door middel van gel-elektroforese met laserfluorescentie-detectie.

STR
De afkorting STR staat voor Short Tandem Repeat. De STR´s zijn stukjes DNA, meestal bestaande uit 2, 3 of 4 nucleotiden, die verschillende keren herhaald worden. Deze herhalingen kunnen bij iedereen verschillen, waardoor de STR´s gebruikt kunnen worden in een DNA-test.

(STR-) Merker
Bij DNA-identificatie en verwantschapsanalyse maakt men gebruik van STR-merkers. Deze merkers bestaan uit herhalingen van een stukje DNA van 4 basen. Het aantal herhalingen kan bij iedereen verschillend zijn. Deze varianten worden de allelen van de STR-merker genoemd.

Thymine
Thymine is naast adenine, cytosine en guanine één van de vier nucleobasen van DNA. De afkorting voor thymine is T. Thymine gaat altijd een verbinding aan met adenine, afgekort A.

X-chromosoom
Het X-chromosoom is een geslachtschromosoom, dat als een chromosomenpaar voorkomt in de cellen van vrouwen. In de cellen van mannen vormt het X-chromosoom een paar met het Y-chromosoom.

Y-chromosoom
Het Y-chromosoom is een geslachtschromosoom dat alleen in de cellen van mannen voorkomt en een paar vormt met het X-chromosoom.

Y-STR
Short Tandem Repeat op het Y-chromosoom.